Reflectoraties - jaargang 4, nr. 2
dinsdag 4 juli 2006 door Lectoraat Career DevelopmentInterne Audit
Op 15 juni j.l. is het Lectoraat doorgelicht door Interne Kwaliteitsaudit van Fontys. Doel van deze audit is om na te gaan in welke mate het lectoraat erin is geslaagd om de oorspronkelijke opdracht van SKO uit te voeren, zoals is neergelegd in de aanvraag en de toekenning. En vooral ook om op basis hiervan een advies uit te brengen aan onze Raad van Bestuur om het lectoraat al dan niet voor te dragen aan SKO voor een volgende termijn.
Op 15 juni zijn we aan de tand gevoeld door Fred Greve en Paul Lunstroo. “Wij” zijn de lectoren, de leden van de Kenniskring, drie leden van de Buitenkring en het MT van PenA.
Enkele eerste indrukken van de auditoren willen we hier al vast melden. Zodra het volledige rapport gereed is zullen we daarvan melding maken.
Volgens de auditoren zijn vormen wij in een aantal opzichten een bijzonder lectoraat:
• Wouter is de enige lector die lectoraat en docentschap combineert
• Teun is van alle PenA-lectoren in Nederland de enige die afkomstig is uit het werkveld
• Als enigen hebben wij het lectoraat opgevat en ingericht als een 4-jarig project
• Er is geen lectoraat dat werkt met een Kenniskring en een Buitenkring
• We zijn in vergelijking met andere lectoraten zeer productief als het gaat om kennisontwikkeling en verspreiding via publicaties en optredens
De vier vanuit het SKO geformuleerde hoofddoelstellingen waren: vernieuwing van het curriculum, professionalisering van docenten, kennisontwikkeling en kennisverspreiding. We hebben heel wat projectresultaten hebben afgeleverd, maar het minst aangaande de eerste twee doelstellingen. Vooral de ingebruikname van wat we hebben afgeleverd heeft veel vertragingen opgelopen en zal in het laatste jaar van het lectoraat de nodige aandacht vragen.
Werk in uitvoering! Nog even geduld.
Dit is de titel van de volgende aflevering van de Reflectoratiereeks en deze titel sluit naadloos aan bij de laatste zin van het vorige stukje. In deze aflevering schrijven drie auteurs vanuit geheel verschillende invalshoeken over de stand van zaken in ons lectoraat.
Gert van Brussel geeft zijn visie als een ‘oude rot’ in het vak op de meerwaarde van onze Masteropleiding voor de Career Development Professional.
Carolien van de Heijden levert een mooi essay af over serendipiteit, dat zo ongeveer tot een sleutelwoord is geworden in de laatste fase van ons lectoraat: ‘de ongezochte vondst’.
Kees Huijsmans geeft een kritische verkenning van de relatie tussen Talentontwikkeling en Kwaliteit van de Arbeid, onder druk van herstructurering en automatisering.
Nog één jaar om alles af te maken.
Peablo-college
Op 14 juni j.l. heeft Wouter Reynaert een gastcollege gegeven voor de studentenvereniging Peablo. De titel van het college: ‘Serendipiteit bij het vinden van een stage- of werkplek. Hoewel de opkomst gering was, ontwikkelde zich een geanimeerde sfeer en was de interactiviteit hoog. Voor het lectoraat een mogelijkheid om een aantal abstracte concepten te toetsen op bruikbaarheid in de praktijk en met studenten hierover van gedachten te wisselen. Voor de studenten een mogelijkheid om handvatten te krijgen voor knelpunten bij het zoeken van een werkplek.
In de eerste stap is gesproken over de marktwaarde van de aanwezige studenten en hoe je die kan bepalen. Vervolgens kwamen criteria aan de orde waaraan een werkplek moet voldoen. Vooruitlopend op het nieuwe onderwijs gaat het vooral om de competenties die een student wil ontwikkelen en de mogelijkheden die het bedrijf hiervoor biedt.
Interessant voor de studenten was ook de introductie van de grondhoudingen bij het zoeken naar een werkplek. Met elkaar analyseerden zij op welke wijze het zoekproces had plaatsgevonden. Of er sprake was van doelgerichtheid, een onderzoekende houding, speelsheid en/ of een dialooggerichte houding. De grondhoudingen boden een kader om de sterke en zwakke punten van het zoekproces in kaart te brengen.
Tenslotte is uitgebreid gesproken over het fenomeen ‘Serendipiteit’. Herkenbaar was dat een werkplek soms komt aanwaaien, terwijl je er op dat moment helemaal niet mee bezig bent. Mogelijke verklaringen hiervoor zijn bediscussieerd. Een conclusie was dat een te grote doelgerichtheid, leidt tot krampachtigheid en oogkleppengedrag. Belangrijk zijn wegen om jezelf af te leiden, om ‘los te kunnen laten’.
Loopbaanbeelden: Negen kernmetaforen
Met deze titel verscheen in 2004 in het Journal of Vocational Behavior een artikel van de hand van Kerr Inkson. Hij stelt hier dat wetenschappers en praktijkwerkers impliciete metaforen gebruiken om loopbaanvraagstukken van betekenis te voorzien. Dit leidt ertoe dat éénzelfde vraagstuk op verschillende manieren wordt aangeduid en dat de kans van spraakverwarring aanzienlijk is. Net zoals Morgan pleit hij ervoor om metaforen op een eclectische wijze te gebruiken. D.w.z. iedere metafoor vertegenwoordigt alleen een stukje van de werkelijkheid: als de verschillende metaforen zouden worden gecombineerd dat zou er een rijker beeld van het loopbaanvraagstuk ontstaan. Als kernmetaforen noemt hij loopbaan als erfelijk fenomeen, een constructie, een cyclus, een match, een reis, ontmoetingen & relaties, een rol, een krachtbron en een verhaal. Interessant is dat hij de beschikbare loopbaanliteratuur ordent naar deze negen metaforen. Wij kijken halsreikend uit naar het boek van hem dat in het najaar gaat verschijnen. Mogelijk biedt zijn aanpak een kans om de gefragmenteerde kennis van ons vakgebied te bundelen en hierover een open dialoog op gang te brengen (zie Reflectoraties 4, nr. 1).